Bron: internetsite Utrechts Nieuwsblad, voorjaar 2003 (nieuwsrubriek over de nieuwe woonwijk Leidsche Rijn)
Het leven was goed aan de Westlandsetuin
Aan de Westlandsetuin staat de wieg van de Vleutense tuin- en glasbouw. Maar de kassen en fruitbomen verdwijnen hier in hoog tempo, vanwege de bouw van de wijk Het Zand. Bewoners kijken terug op een landelijk paradijs. Appelbloesem, uilen, paarden en heel veel spelende kinderen.
Aan de Westlandsetuin, een zijweg van 't Zand, ligt een eeuw tuinbouwhistorie verstopt. Met de bouw van Het Zand, een wijk van 4100 woningen aan weerszijden van de gelijknamige zachtkronkelende weg tussen Vleuten en De Meern, verdwijnen hier de laatste resten van de plaatselijke geschiedenis.
Nu al is de Westlandsetuin, een lange rechte weg met hier en daar een vrijstaand huis, onherkenbaar veranderd. Kassen zijn afgebroken, oude fruitbomen gerooid.
(.......)
De oudste bewoner, D. Koning, is tachtig jaar geleden geboren aan de Westlandsetuin. Zijn huis staat achteraan, op nummer 14. Zijn tomatenkassen, twee hectare, werden december vorig jaar gesloopt. Dat was het eind van een stuk familiegeschiedenis. Niet makkelijk. "Je levenswerk wordt afgebroken".
In 1921 kwamen zijn ouders van Maarssen naar Vleuten, vertelt de oud-tuinder in de woonkeuken, die uitkijkt op het nu kale stuk land. "Mijn vader had half tuinbouw, half fruitteelt. Komkommers en meloenen onder plat glas, aardbeien, sla". Koning herinnert zich hoe ze vroeger met paard en wagen naar de Utrechtse veiling gingen. "Een enkeling had maar een auto". Als kind maakte Koning de crisisjaren mee. "De mensen hebben wat afgeploeterd in die tijd. Dat ze de moed hadden om door te gaan is achteraf niet te geloven. Honderd kroppen sla brachten toen maar 30 cent op".
Koning weet nog dat in 1928 de nieuwe Utrechtse groente- en fruitveiling aan de Croeselaan geopend werd. "Toen was ik een jochie van zes". De oude veiling aan het Paardenveld bleef in gebruik voor bloemen en planten.
Na zijn huwelijk in 1946, met Alberdina Maas, ging Koning in de vatenfabriek van Bernard van Leer werken, op Zuilen. Daar kon hij in 1960 bedrijfsleider worden. Maar hij wilde liever voor zichzelf beginnen en nam ontslag. Hij nam het bedrijf van zijn vader over, waar hij altijd al in meehielp. "Mijn vader was oud, dus ik snoeide de bomen". Zo ging dat, van vader op zoon.
Het gezin is wel eens tekortgekomen met al dat harde werken, vindt Koning achteraf. "Als ik thuiskwam ging ik de tuin in. Ik ben tot m'n 68e doorgegaan. En dan doe je een hele stap terug, geloof je dat?" Het echtpaar Koning, nog altijd goed gezond, heeft zes kinderen, negentien kleinkinderen en zes achterkleinkinderen. "En dan te bedenken dat je met z'n tweeën begonnen bent", filosofeert mevrouw Koning, terwijl ze een kopje thee inschenkt.
Nu zijn ze met 50, inclusief aanhang. Dick Koning junior woont in het huis naast zijn vader. Zoon Adri is zes jaar geleden naar Canada verhuisd, waar hij een camping heeft. "In augustus stond hij opeens voor m'n neus, met z'n jongste zoon. Dat was een hele verrassing".
Foto's van de Westlandsetuin zoals die vroeger was, heeft Koning helaas niet. Wel de vergeelde brochure uit 1920 waarin de 19 percelen land met een totale grootte van 28 hectare destijds te koop aangeboden werden. 'Omschrijving van den Westlandschen Tuin Ida Maria, bestaande uit verschillende woonhuizen, met uitstekende teelgronden, weiland, boomgaarden enz., in de onmiddellijke nabijheid van Utrecht'. De vader van Koning senior kocht zijn perceel voor 8000 gulden.
De Westlandsetuin was vroeger een eigen weg, die door de tuinders zelf moest worden onderhouden. De weg ligt precies tussen twee dorpen. Voor de post hoorde de tuin bij Vleuten, voor de telefoon bij De Meern.
Op een kaart uit 1880 is de weg al te onderscheiden. Hij loopt daar door tot aan de 'Alendorper dijk'. In het jaar 1900 kocht de Rotterdamse huidarts Van Dugteren de Westlandse Tuin.
Van Dugteren, een van de aartsvaders van de Vleutense tuinbouw, moet een vermogend man geweest zijn. Hij woonde zelf niet op de Westlandsetuin. Hij liet er wel het woonhuis Ida Maria State bouwen, een chefswoning en nog drie huizen. Hij had een eigen koets en een paard en wagen voor het vervoer van groente en fruit naar de veiling.
Op Van Dugterens grondgebied stonden de eerste druiven- en perzikenkassen van Vleuten. Verder waren er boomgaarden met een onderbeplanting van bessen. Ook asperges, rabarber en aardbeien werden verbouwd. Kwetsen, pruimen, appels, peren. D. Koning: "Al die ouderwetse soorten: jutteperen, louwtjesperen, William Duchesse, zoete Brederode, zure Brederode, Emma-appels".
Van Dugterens bedrijfsleider Ben Boers was ook van groot belang voor de ontwikkeling van de plaatselijke tuinbouw. Hij kwam uit het Westland. Daar moesten tuinders weg vanwege de stadsuitbreiding van Den Haag. Uit Utrecht vertrokken 'warmoezeniers' om dezelfde reden naar Vleuten.
Boers was een van de initiatiefnemers van de Vereeniging Groenten- en Vruchtenveiling Utrecht en Omstreken, die voor elkaar kreeg dat in 1905 de eerste Utrechtse veiling zijn deuren opende, op het Paardenveld.
D. Koning heeft de opkomst van de moderne tuinbouw praktisch vanaf het begin meebeleefd. Zijn vader begon met 'plat glas' (lage kassen). Koning zelf was begin jaren zeventig een van de eersten in ons land die paprika's kweekte, toen nog een exotische groente. "Later ben ik overgestapt op vleestomaten. Daar hebben we goede jaren mee gemaakt".
Later werden de verdiensten minder. Tuinders moesten de handel noodgedwongen steeds groter aanpakken. Die schaalvergroting heeft alles te maken met de toegenomen concurrentie uit het buitenland, legt Koning uit. Kassencomplexen van meer dan 30 hectare zijn tegenwoordig geen uitzondering meer.
Om te laten zien hoe hard de groei van de bedrijfstak in het eerste kwart van de vorige eeuw ging, haalt Koning er een vergeeld veilingboekje uit 1928 bij. Was de jaaromzet in 1905 nog 7368 gulden, in 1927 was dat al 1.668.737 gulden, wijst hij. Pakweg 250 keer zoveel.
Het karakteristieke witte huis waar Koning nu in woont, staat tegen zijn geboortehuis aan. Zijn vader heeft het in 1949 voor hem laten bouwen. Dat zijn directe omgeving de komende jaren ingrijpend gaat veranderen, beseft de bejaarde tuinder goed. "Aan deze kant van de weg komen waarschijnlijk twee-onder-een-kappers, aan de overkant rijtjeshuizen: 400 per hectare. Over tien jaar staat het hier waarschijnlijk helemaal vol".
Toch gaat hij niet weg. "Zolang ik goed gezond ben, wil ik hier blijven wonen". Niet alleen het echtpaar Koning, ook de kinderen en kleinkinderen hebben hier hun herinneringen. "De hele school was altijd hier. Voetballen en noem maar op. Ze waren altijd in de weer".